Misschien denk je dat het niet nodig of nuttig is om te weten wat voor soort vragen er op de Citotoets gesteld worden en op welke manier dat gebeurt.
Dit is niet waar.
Het is wel degelijk nuttig om te weten hoe de vragen gesteld worden want als je de vraagsoorten kent heb je de vragenmakers door.
Het scheelt tijdens de Citotoets namelijk best wel veel tijd als je de manier van vragen al snapt, dan heb je veel meer tijd om de vragen te maken.
Het betekent natuurlijk niet dat je de vragen beter kan beantwoorden maar je hoeft je in ieder geval niet meer af te vragen wat de vragenmaker bedoelt.
hier vind je de top 40 fout gespelde woordjes
Het onderdeel Taal van de Citotoets bestaat uit spelling, tekstbegrip (of: begrijpend lezen), werkwoorden, woordenschat en schrijven van teksten.
Een cito eindtoets telt wel vier taken taal!
Veel gebruikte Cito woorden in de taal-toets:
Er zijn woorden in de toets die regelmatig voorkomen.
Sommige weet je natuurlijk al maar er zijn ook veel woorden waarbij je denkt "wat bedoelen ze ook alweer?"
Hier zullen we er een aantal voor je opschrijven met een duidelijke uitleg erbij.
Ook hiermee zul je dan niet verrast worden op de Entreetoets of Eind toets.
Citaat:
Een uitspraak van iemand waarvan je hem letterlijk nazegt.
Ze zei:"ik vind het hier geweldig." Een citaat zet je tussen aanhalingstekens.
Decennium:
Periode van tien jaar.
Eeuw:
Periode van honderd jaar.
Fragment:
Een deel van een tekst.
Leestekens:
dit zijn tekens in een zin n.l:
,= komma
.= punt
?= vraagteken
!= uitroepteken
:= dubbele punt
;= puntkomma
Titel:
De naam van een tekst of datgene wat boven de tekst staat.
Tussenkopje:
Titel van een tekstgedeelte.
Taak:
Opdracht.
O.v.t:
Onvoltooid verleden tijd:kocht,zat,liep.
Een werkwoord kan in verschillende tijden staan.
Het kan ook staan in de:
o.t.t= onvoltooid tegenwoordige tijd: koop,zit, loop
v.t.t= voltooid tegenwoordige tijd: heb gekocht,heb gezeten, heb gelopen
v.v.t= voltooid verleden tijd: had gekocht, had gezeten, had gelopen.
Synoniemen:
Woorden die ongeveer hetzelfde betekenen.
Tegenstellingen:
Precies het tegenovergestelde. b.v. netjes-slordig
Wat een prachtige kleren heeft zij aan!
Het woordje prachtige vertelt iets over de kleren. Er had ook
kunnen staan: lelijke, mooie, bijzondere, ouderwetse, enz.
We noemen dit soort woorden: bijvoeglijke naamwoorden.
Ze vertellen iets over zelfstandige naamwoorden (mensen, dieren, dingen).
De gevallen man werd naar het ziekenhuis vervoerd.
Een bijvoeglijk naamwoord kan een voltooid deelwoord zijn:
gevallen vertelt iets over de man.
De aangewende middelen hadden geen enkel effect.
Aanwenden = gebruiken.
Voltooid deelwoord: de middelen zijn aangewend.
Bijvoeglijk naamwoord: de aangewende middelen.
Als je van een voltooid deelwoord een bijvoeglijk naamwoord maakt, zet
je er meestal gewoon een e achter. Geen extra d of t dus, maar gewoon
zo kort mogelijk.
Vergelijk dit eens met de persoonsvorm: ik wendde de middelen aan.
In enkele gevallen krijg je wel een extra d of t: het opgepotte geld.
Anders wordt de o als oo gelezen en dat is niet de bedoeling.
Soms eindigt een voltooid deelwoord op -en: verlaten. Gebruikt als een
bijvoeglijk naamwoord, blijft -en staan: de verlaten stad.
Fluitend bereikte hij zijn doel.
Je kunt ook zeggen: al fluitend: terwijl hij aan het fluiten is.
Al zingend, denkend, lachend, ... : we noemen dit onvoltooide
deelwoorden.
Ook onvoltooide deelwoorden kunnen gebruikt worden als bijvoeglijk
naamwoord: de fluitende jongen
Meng de twee vloeistoffen met elkaar.
Een gebiedende wijs lijkt op een bevel. Net als dat je tegen je hond
zegt: "Zit! Af! Koest!"
In een zin met gebiedende wijs zit geen persoonsvorm (en geen onderwerp).
Je schrijft een gebiedende wijs als de ik-vorm: ik meng -> Meng!
Het onderdeel cito taal van de toets bestaat uit spelling, tekstbegrip (of: begrijpend lezen), werkwoorden, woordenschat en schrijven van teksten.
Een cito eindtoets telt wel vier taken taal! Je kunt deze natuurlijk ook gebruiken voor oefenen van de entree toets.
Je kunt klikken op een van de taalopgaven, ze bestaan uit ongeveer vijf opgaven.
Lees ze eerst eens rustig door!
Wist je dat veel kinderen fouten maken
omdat ze de opgave niet goed lezen.